Wednesday, January 04, 2012

 

verhaal Eymert


Links: Eymert Goossens
Rechts: de kanibaal

















Eymert Goossens is tien jaar oud en is bij opa op vakantie. Hij wil ook een verhaal op opa zijn blogboek schrijven. Hier volgt het verhaal.

verhaal van Eymert Goossens (10 jaar)

Er was eens een kannibaal die heel veel honger had. Hij at het liefste mensen. Maar soms ging er ook een kokosnoot in. Maar nu had hij zin in een lekkere mens, want daar hield hij van. Maar hij moest lang wachten voordat er mensen op het eiland kwamen. Hij woonde namelijk op een onbewoond eiland, waar niet vaak mensen kwamen. Dat was jammer voor de kannibaal. Eindelijk kwamen er mensen op het eiland. De kannibaal maakte valkuilen waar de mensen in konden vallen. Na drie dagen wachten viel er een mens in een valkuil. Hij keek of hij sappig genoeg was en de kannibaal riep yes ik kan hem eten! Hij bracht hem naar een groot vuur waar hij hem lekker stoofde. Toen hij goed genoeg was at de kannibaal hem op. Hij riep eindelijk heb ik eens lekker kunnen eten!


Tuesday, October 11, 2011

 

GODSDIENST VRIJHEID


links: De majoor psychiater Nidal Hassan.

Rechts: Gewonde militair, die door de majoor getroffen werd in Fort Hood.




Nidal Hassan werd op 8 september 1970 in Amerika uit Palestijnse ouders geboren. Hij werd psychiater en was als zodanig werkzaam met de rang van majoor in de legerplaats Fort Hood. Hij was een extremistische moslim die contacten had met andere extremisten. Zo had hij via internet contact met de in Jemen verblijvende Anwar Al-Awlaki een in New Mexico geboren moslim die een bekende voorman was van de islamitische gemeenschap in Amerika. In 2002 mocht hij voorgaan tijdens een gebed in het Capitool waar het Amerikaanse congres zetelt. Totaal geradicaliseerd verliet hij enige tijd later Amerika en ging naar Jemen. Via zijn webside liet hij weten dat het de plicht van ieder moslim is geweld te gebruiken tegen Amerika. Op 30 september 2011 werd hij door een Amerikaanse drone (onbemand vliegtuigje) in Jemen gedood.

Op 5 november 2009 ging de majoor psychiater Nidal Hassan naar de legerplaats Fort Hood en doodde daar 13 militairen en verwondde er 29 met zijn mitrailleur onder het roepen van Allah Akbar. Hiervoor kreeg hij veel bijval van extremistische moslims, zoals het " Ansar-Mujahideen network" dat een baken is voor extremistische moslims die zich op willen offeren voor de islam. Hij werd geprezen voor zijn "brave en heroic deed for standing up to modern Zionist-Christian crusades against the moslim community".

Op 4 juni 2009 had Obama in Caïro nog tijdens zijn toespraak over godsdienstvrijheid ( freedom of religion) gesproken. Onder godsdienst vrijheid wordt in de universele verklaring van de rechten van de mens (Verenigde naties 10 december 1948) verstaan dat eenieder het recht heeft om de godsdienst voorschriften praktisch toe te passen en geboden en voorschriften te volgen. Er kwamen verwijten aan Obama dat het gedag van de majoor psychiater voldeed aan de voorschriften van de sharia en dat dit door veel moslim autoriteiten zoals uit Saoedi-Arabië en andere Arabische landen, bevestigd werd. Godsdienst vrijheid kan in bepaalde gevallen tot catastrofen leiden zoals bij het toepassen van de sharia of het niet inenten van kinderen tegen polio in de bijbel-belt bijvoorbeeld. ( Zie "meten met twee maten" in dit blogboek van 5 augustus 2011).

Op 4 juni hield Obama een toespraak tijdens de installatie van een gedenkteken in Fort Hood voor de slachtoffers van de majoor psychiater. Hij sprak toen van freedom of worship wat vertaald kan worden door vrijheid van verering of aanbidding. Sinds die tij wordt door hem en ook Hillary Clinton nog slechts over freedom of worship gesproken.

Tijdens de uitzending van Pauw en Witteman op 7 september 2010 kwam de steniging wegens overspel van de 43 jarige Iraanse vrouw Sakineh Ashtiani, die al 99 zweepslagen had gehad, ter sprake. de Nijmeegse moslim student van Moluks-Nederlandse afkomst Izz Ruhulessin vond dat als men voor godsdienst vrijheid is geen kritiek moet hebben op Iran, waar in dergelijke gevallen de door Allah voorgeschreven sharia gehanteerd wordt. Men heeft dat sinds de openbaring van Allah aan Mohamed daar altijd zo gedaan en de sharia is een wezenlijk bestanddeel van de Islam. Hijzelf vond het stenigen zelf ook niet smaakvol, maar godsdienstvrijheid kon moeilijk anders geïnterpreteerd worden vond hij.

De publicist Hafid Bouazza en Femke Halsema van D66 waren het daar niet mee eens. Halsema wees de student er op dat iedereen zich moet houden aan de universele verklaring van de rechten van de mens, waarin is opgenomen dat man en vrouw gelijke rechten hebben en dat marteling veboden is. De student gaf een slap verweer door op te merken dat Rusland de verklaring van de rechten van de mens niet had ondertekend. Beter had hij van zijn kant kunnen aanvoeren dat op 5 augustus 1990 door 45 ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de islamitische conferentie (OIC) in Caïro lieten vastleggen dat de sharia het uitgangspunt moest blijven waar het de rechten van de mens betreft. Met name werd vermeld dat vrijheid van meningsuiting niet is toegestaan als zij in strijd is met de sharia. Ook vrijheid van godsdienst is verboden en de vrouw is ondergeschikt aan de man.

Godsdienstvrijheid is een begrip uit de tijd dat er nog slechts sprake was van de toen bekende en aangehangen godsdiensten die samenhingen met een joods-christelijke oorsprong. Het religieuze pakket is sindsdien veel breder geworden. Men hield er toen geen rekening mee dat er ook koppensnellers, heksen- verbranders, stenigers, zweepslag-uitdelers en handenafhakkers gebruik zouden maken van deze vrijheid. Het is opmerkelijk dat Nederlandse politici nooit zeggen wat ze precies bedoelen met godsdienstvrijheid. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Obama en Hillary Clinton die door schade en schande geleerd hebben wat freedom of religion precies betekent.



Friday, September 16, 2011

 

DE HERSENEN


Links: Hippocrates
Rechts: Joannes Wier uit Grave.




De wetenschap dat psychische afwijkingen iets met de hersens te maken hebben is al zeer oud. Al in het vroege steentijdperk werden bij bepaalde mensen gaatjes in de schedel gemaakt (trepanaties ). Opgravingen van 7000 jaren oude schedels in verschillende culturen laten dit zien. Vaak kan men zien dat deze mensen na deze ingreep bleven leven, omdat littekenweefsel, dat na de ingreep gevormd werd, dit aantoont. Men zal waarschijnlijk gedacht hebben dat kwalijke geesten op deze wijze konden ontsnappen.

Ook de Grieken en Romeinen veronderstelden dat de hersenen de edelste delen van het lichaam waren. ( Hippocrates 460-370 BC ). Hij schreef : Men dient te weten dat zowel plezier, vreugde, lach en prettig gevoel, als spijt, pijn, rouw en tranen hun zetel hebben in de hersenen.

De Grieks-Romeinse en Arabische opvattingen waren materialistisch van aard, Men kende wel enkele psychiatrische afwijkingen zoals delirium, manie, melancholie en frenitis ( een ontsteking van de hersenen meestal door een virus veroorzaakt )en men dacht dat ze door het hersenvocht ( spiritus animalis ) werden veroorzaakt.

Galenus ( 130-200 AD ), een Grieks anatoom uit Alexandrië, die later in Rome woonde, was de eerste die onderzoek verrichtte. Hij zag dat mensen die aan herseninfarcten leden soms gevoel verloren, terwijl er aan de betreffende lichaamsdelen niets te bespeuren was. Ook maakte hij sneden in de hersenen van proefdieren en zag dat ze verstijfden. Als hij de sneden wat dieper in de hersenholtes maakte stierven de dieren.

In de middeleeuwen dacht men onder invloed van het Christendom dat psychische afwijkingen door de duivel werd veroorzaakt. De duivel nam bezit van bepaalde personen en deze personen, die vaak als heksen werden beschouwd konden veel schade in hun omgeving aanbrengen. Bepaalde priesters die daarvoor waren opgeleid gingen de duivel met wijwater en Latijnse spreuken tegemoet (exorcisten ) en trachten de duivel op deze wijze uit te drijven.

Vaak lukte dat niet en om twijfel uit te sluiten dat deze patiënten van de duivel bezeten waren, werden enkele proeven gedaan . Men wierp ze soms in het water en als ze bleven drijven waren ze van de duivel bezeten en werden ze verbrand. Als ze verdronken waren ze wellicht niet van de duivel bezeten maar het gevolg was hetzelfde.

Iets meer voorspelbaar was de proef, waarbij de benen van de patiënt in kokende olie werden gestoken. Verbranden de benen dan waren ze van de duivel bezeten . Als ze van de duivel bezeten waren belandden ze meestal op de brandstapel en ook hier waren bepaalde ordesgeestelijke speciaal bedreven in.

Paus Gregorius IX benoemde in 1233 de Dominicanen als uitvoerders van de Inquisitie, alhoewel de inquisitie op de eerste plaats voor de ketters bedoeld was. De bijnaam Domini canes ( honden van God ) hebben deze paters dan ook lang moeten dragen. Op het einde van de zeventiende eeuw werden de laatste mensen veroordeeld tot de brandstapel.

In 1484 gaf paus Innocentius VIII het sein tot een grootscheepse heksen vervolging, die meer dan twee eeuwen zou duren. Soms werden per dag meer dan 100 vrouwen verbrand.

Ook heden wordt exorsisme nog wel eens door de katholieke kerk toegepast, hoewel gelukkig alleen met wijwater en niet met de brandstapel.

Het was de Graafse arts Johannes Wier (1515-1588 ) die in zijn boek “de praestigiis daemonum “ ( De bezetenheid des duivels), een andere theorie verkondigde.

Hij was de zoon van een welgestelde hop handelaar uit Grave, die in Parijs zijn opleiding had gehad en die in Orleans tot doctor medicinae zou gepromoveerd zijn. Hij twijfelde er niet aan dat psychiatrische patiënten door de duivel bezeten waren, maar het straffen van deze patiënten vond hij onjuist. Immers niet de duivel werd zo getroffen, maar de onschuldige personen waarvan de duivel bezit had genomen. Een felle strijd ontstond tussen aanhangers van zijn theorie , vaak antiklerikale geleerden en de heersende opvatting, vooral beïnvloedt door de clerus van die tijd. Johannes Wier bestreed de opvatting van twee Dominicanen, die beschreven hoe heksen moesten vervolgd worden en de duivel moest uitgedreven worden. Heksen konden volgens Wier geen kwaad doen, maar hij was wel ook de mening toegedaan dat zij van de duivel bezeten waren en dat zij ziek waren. Er moest echter een bewijs van schuld geleverd worden volgens hem.


Friday, August 19, 2011

 

groeps agressie


Links: Bram Vermeulen, met de titel journalist van het jaar 2008, is correspondent in Turkije.

Rechts: "Soort zoekt soort".

Ongeveer twee miljoen jaren lang leefden de mensen in nauw aan elkaar verwante familiaire groepen (stammen). Zij leefden als jager-verzamelaars. Hiervoor was het nodig dat zij over een eigen territorium konden beschikken. Het was een hard bestaan en hongersnood door gebrek aan voedsel waren, evenals tegenwoordig in minder ontwikkelde gebieden, heel gewoon.

Men kan zich voorstellen dat een andere groep met een andere identiteit, die hun territorium binnen drong, als een bedreiging werd gezien. De vaak karige opbrengst van het territorium moest dan immers gedeeld worden en dat kon levensbedreigend zijn. Vanzelfsprekend verzette zich de groepen tegen elkaar en de agressiefste en dapperste groep zal uiteindelijk aan het langste eind getrokken hebben. Gedrag is altijd het gevolg van een interactie van aanleg en milieu (opvoeding). Door natuurlijke selectie kwam, het zich verzetten tegen een groep met een andere identiteit, op de lange duur in onze genen terecht. Daarom zal integratie van een andere groep met een eigen andere identiteit die zich uit in verschil van godsdienst, kleding (hoofddoek of keppel), huidskleur, taal, seksuele aanleg of etniciteit altijd moeilijk zijn.

Tijdens een week op TV over integratie werd in Den haag op de markt aan een Turkse groenteboer gevraagd wat hij onder integratie verstond. Zijn antwoord was: "Zo weinig mogelijk opvallen". Dat is inderdaad ethologisch (ethologie is de biologie van gedrag) gezien een waarheid als een koe.

Een duidelijk voorbeeld hiervan zag ik in het NRC van 25 maart 2011 door Bram Vermeulen, correspondent in Turkije. Hij schrijft: Eergisteren sprak ik met twee leraressen, een was gelovig de andere niet. Turkse leraressen mogen op school geen hoofddoeken dragen, omdat het een openbare instelling is. Dus op het schoolplein hadden zij allebei hun haar los. Ik vond de gelovige vrouw leuk om te zien. Ze was goedlachs en scherpzinnig. In mijn ogen was het een moderne vrouw. Na het gesprek liep ze naar haar Jeep, waar zij begon haar hoofddoek om te binden. Toen merkte ik dat ik haar daarna alleen nog maar kon zien als een vrouw met een hoofddoek. Opeens ging de knop om. Terwijl zij in die auto dezelfde vrouw was, even vrolijk, even knap. Het was niet de vrouw die was veranderd maar mijn perceptie. ik betrapte mijzelf op mijn eigen vooroordelen. Daar schrok ik van Ik heb veel gereisd en veel gezien. Ik dacht dat ik een wereldburger was.

Ik denk dat Bram inderdaad een wereldburger is, maar dat hij juist zoals praktisch iedereen onderworpen is aan ethologische wetmatigheden. Gedurende twee miljoen jaren had het discrimineren van anderen met een andere identiteit een nuttige functie. Het droeg bij aan het in stand houden van de groep of individu en kwam zo, door natuurlijke selectie als gedrag-patroon in onze genen terecht. Tegenwoordig is deze ethologische wetmatigheid een zogenaamd relict geworden. Juist als verstandskiezen en een blinde darm, die tijdens de evolutie zijn blijven bestaan, heeft het alleen maar nadelen.

Interessant is ook een artikel van de freelance journalist Paul Andersson Tousaint die constateert dat bijna de helft van strafbare uitingen op internet zijn gericht tegen joden. Ook zegt hij dat door Marokkaanse straat terreur, de joden in Amsterdam-west naar een schuil-synagoge met een geheim adres gaan. De joden die de synagoge bezoeken dragen een hoed om hun keppel te verbergen. In het verleden werden joden die een keppel droegen met stenen bekogeld. Er zijn volgens hem in de hoofdstad van Nederland zes wijken waar joden worden bespuwd en belaagd. Hij schrijft dat antisemitisme geen incident is maar hij merkt op dat het normaal is akelig normaal. Vanzelfsprekend bedoelt hij niet het "normaal" in de zin van positief maar meer dat het meer regel dan uitzondering is. Omdat joden door de eeuwen heen altijd hun eigen identiteit behielden zijn ze ook altijd gediscrimineerd. Zij zijn altijd opgevallen en het is dan ethologisch normaal dat je gediscrimineerd wordt.

Ook constateert hij dat herkenbare homo's zich niet kunnen vertonen in bepaalde buurten van Amsterdam-West zonder een groot risico te lopen om uitgescholden, bespuugd, bedreigd of zelfs mishandeld te worden. Ook hier gaat het weer om herkenbaarheid. Door half naakt en onder het maken van obscene gebaren op een boot rond te varen, geef je jezelf een identiteit en dan val je op. dat is altijd aanleiding om gediscrimineerd te worden. Goedbedoelende autoriteiten die op zo'n boot mee varen werken de eigen identiteit van homo's zo mede in de hand, met discriminatie tot gevolg. Normaal zijn betekent nu eenmaal ook dat je je normaal gedraagt.

De joodse publiciste Bloeme Evers-Emden, werd samen met Anne frank naar Auschwitz getransporteerd. Zij keerde als enige van haar familie na de oorlog naar Nederland terug. Zij kan zich de anti-joodse propaganda van de NSB van voor de oorlog goed herinneren, maar niet dat joden toen in elkaar werden geslagen. Zij vindt het erg dat zij nu als 85 jarige vermomd naar de synagoge in Amsterdam West moet gaan.. Zij merkt op dat joden nooit hoofddoeken van moslima's hebben afgerukt maar dat de joden zich dat nu wel met de keppel moeten laten welgevallen.

De joodse geschiedenis hoogleraar aan de universiteit van Jeruzalem stelt dat er maar één manier is om agressie tussen volken tegen te gaan. Men moet ze volgens hem uit elkaar houden. Dat is de reden waarom er in het verleden landen met eigen grenzen ontstonden. Je kon niet zo maar zonder meer met mensen met een andere identiteit in aanraking komen. Zonder paspoort of (en ) visum kwam je nergens. Ook de kasten vorming in India had een zelfde functie. Meer dan 1000 jaren lang zijn de Indiase mensen in groepen verdeeld ieder met een eigen identiteit. Iedere kaste leefde op zichzelf en het was verboden om met elkaar in aanraking te komen. Toch was een en ander niet genoeg om bloedige oorlogen tussen verschillende landen en populaties te verhinderen.

Agressie tegen mensen met een andere identiteit heeft automatisch tot gevolg dat mensen met een zelfde identiteit elkaar opzoeken. Uit Canadees onderzoek bleek dat inderdaad het geval. Studenten gaan in de college zaal het liefst zitten naast iemand die op hen lijkt. Dit geldt voor huidskleur, maar ook voor haardracht en zelfs voor het al of niet dragen van een bril. Een en ander gold ook voor vrouwen ook als alleen maar naar blanken gekeken werd. De onderzoekers stellen dat dit verschijnsel om de nabijheid van fysiek gelijken op te zoeken wellicht een evolutionair overblijfsel is, een instinct, waarbij contact met mensen met een andere identiteit wordt vermeden met gevolg dat mensen met eenzelfde identiteit worden opgezocht.

In een volgende verhaal kunt U zien wat een ellende dit instinctief gedrag van groepsagressie over de wereld heeft gebracht.



Sunday, August 14, 2011

 

GROEP-SELECTIE


Neanderthaler moest zich met een knuppel behelpen als hij een mammoet te lijf ging. Moed en risico durven nemen, kwamen goed pas.

Rechts: wingsuit base jumping



Het begrip "survival of the fittist" is bekend in de geschiedenis van de biologische evolutie. Herbert Spencer gebruikte voor het eerst deze uitdrukking in 1851. Later nam Charles Darwin het over in zijn boek "The origin of species", in 1859. The fittist betekent de meest aangepaste en dat hoeft niet perse de sterkste te zijn.

Tegenwoordig gebruikt men liever het begrip "natuurlijke selectie" voor hetzelfde pricipe. Een voorbeeld van natuurlijke selectie is de ijsbeer. Bruine beren die naar het koude Noorden trokken moesten zich aanpassen om te overleven. Dieren met een dikke pels en veel onderhuids vet konden beter tegen de kou en hadden de meeste kans om te blijven leven en zich voort te planten. Door de witte kleur vielen ze het minste op in de omgeving van sneeuw en ijs en dat bleek ook een voordeel.

Toch ziet men soms eigenschappen, die nadelig zijn voor het individu, toch door natuurlijke selectie zich in de populatie verspreiden. Een bij, die als ze steekt sterft, is hiervan een voorbeeld. Zij offert zich op om de groep te verdedigen. Darwin veronderstelde al, dat "the survival of the fittest group, rather than the fittist individual" van belang was bij natuurlijke selectie. Vooral bij sociaal levende diersoorten speelt groep-selectie een essentiële rol.

Dit was bij de mens ook het geval. In de ongeveer twee miljoen jarige geschiedenis van de mensheid leefden zij als groepen jager-verzamelaars. Men kan zich voorstellen dat in een groep, die door omstandigheden nooit met andere groepen in aanraking kwamen, het juist de profiteurs waren die de meeste kans hadden om te overleven en zich voort te planten. Op de duur kon een groep van egoïsten ontstaan. Als die in aanraking kwam met een andere groep met meer sociaal gevoel kon dat voor de asociale groep een nadeel zijn. Er ontstond meestal strijd als twee groepen ieder met een eigen identiteit elkaar ontmoeten. In de sociale groep zullen individuen geweest zijn die zich belangeloos opofferden in het belang van de groep. Het voordeel was dat de sociale groep uiteindelijk als overwinnaar te voorschijn kwam. De egoïsten werden gedood en de vrouwen werden ingepalmd. Omdat groepen mensen van een bepaalde stam, in die tijd meestal nauw genetisch aan elkaar verwant waren kon zo een eigenschap als altruisme zich in een populatie verspreiden. In de literatuur wordt dit verschijnsel wel het "samaritan syndrome" genoemd naar aanleiding van de samaritaan die volgens de bijbel belangeloos een arme bedelaar opnam en liet verzorgen.

De Neanderthalers waren bij aankomst van de Homo sapiens, ongeveer 50 duizend jaren geleden over heel Europa verspreid. Zij die in het Noorden van Europa leefden moesten zich aanpassen aan de koude, die er tijdens de ijstijden daar heerste. Zij leefden praktisch alleen van de jacht. Vaak waren het grote dieren zoals oerossen en mammoets. Men moest met ware doodsverachting deze dieren tegemoet gaan, omdat men anders geen schijn van kans had. Dit spreekt temeer omdat de Neanderthalers, nadat ze eenmaal waren aangepast aan de koude, weinig cognitieve evolutionaire druk van het milieu ondervonden, omdat het altijd winter was. Zo kenden zij bijvoorbeeld geen pijl en boog en dat is vanzelfsprekend een groot nadeel als men grote agressieve dieren tijdens de jacht benadert.

Dat was bij de Homo sapiens, die in een klimaat van zomer en winter leefde anders. Hij moest leren na te denken over de toekomst, zuinig zijn en voedsel en brandstof sparen voor de winter, zich sociaal gedragen omdat men elkaar hard nodig had tijdens wisselende barre weersomstandigheden.

Door genetisch onderzoek van het Max Planck instituut, weten we dat de blanke Noord Europeanen een aantal genen van de Neanderthaler hebben geërfd. Wellicht is het hieraan te danken dat zij vaak uitblinken in het nemen van risico's. Het zogenaamde base jumping is hiervan een voorbeeld. Deze risico volle vorm van sport wordt hoofdzakelijk door blanken gedaan.( kijk hiervoor op you tube naar "wingsuit base jumping"). Ook wordt hierdoor wellicht verklaarbaar dat het gemiddelde I.Q. van de blanken gemiddeld wat lager is dan dat van de niet tropische Aziaten. De blanken hebben een groot deel van de wereld aan zich onderworpen in de vorm van koloniën, niet omdat zij slimmer waren dan de Aziaten. Wel durfden zij risico's te nemen zoals Columbus en tal van andere zeevaarders die met gevaar van eigen leven, scheep gingen naar een voor hen compleet onbekende wereld en toekomst.

Het wordt steeds duidelijker dat Darwin gelijk had met zijn veronderstelling dat eigenschappen die gunstig zijn voor een groep sociaal levende dieren, door natuurlijke selectie in hun genen terecht komen. Dit gebeurt ook als het gaat ten koste van het het welzijn van een aantal individuen in de groep.

Dat dit genetische principe in de moderne tijd als een boemerang (relict) kan werken zullen we in een volgend verhaal proberen te beschrijven.


Friday, August 05, 2011

 

Meten met twee maten












Poliomyelitis ook kortweg polio of kinderverlamming genoemd, is een virusziekte. Het virus tast het zenuwweefsel van het ruggenmerg aan waardoor ernstige spierverlammingen kunnen ontstaan. Soms is de dood het gevolg, maar meestal zullen besmette mensen hun leven lang ernstige verlammingen hebben. Patiënten scheiden het virus via hun ontlasting uit en daarom is de ziekte, vooral onder minder hygiënische omstandigheden, zeer besmettelijk. Soms merken kinderen weinig van een besmetting, maar worden de verlammingen op latere leeftijd, vaak na tientallen jaren, toch nog manifest. Men noemt dit het postpoliosyndroom (PPS) dat zich kenmerkt door extreme vermoeidheid, spier en gewrichtspijn en soms verlammingen van ledematen.


Het was de verdienste van Jonas Salk (1914-1995), een Amerikaanse viroloog, die in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, het later naar hem genoemde Salkvaccin tegen polio ontwierp.

In 1956 heerste in Nederland voor het laatst een polio epidemie. 2206 Nederlanders werden ernstig ziek. Bij 1784 patiënten traden verlammingsverschijnselen op. 180 moesten vanwege verlamming van de ademhaling spieren in een zogenaamde ijzeren long geplaatst worden en 70 kinderen overleden.

Daarom startte in 1957 in Nederland het rijksvaccinatie programma (RVP). alle kinderen die na 1-januari- 1950 geboren waren werden ingeënt. Vanaf die tijd worden kinderen ingeënt tegen difterie, tetanus, kinkhoest, mazelen en polio.

In de zogenaamde "bible belt" een streek die zich uitstrekt van de Zeeuwse eilanden naar Noord-Oostelijk Nederland, wonen zeer streng gereformeerde protestanten. Om godsdienstige redenen wordt daar niet of veel minder geënt tegen genoemde ziektes. Men wil God niet in de wielen rijden en men gaat er van uit dat God wel zal beslissen of mensen al of niet ziek worden. Tijdens de polio epidemie van 1971 werden in Staphorst 39 niet geënte kinderen ziek door een polio besmetting. Vijf kinderen overleden aan de gevolgen van de ziekte. Ook in 1978 (110 patiënten) en 1992 (71 patiënten) braken weer polio epidemieën uit bij niet geënte kinderen in de bible belt.

De Nederlandse overheid ziet dit alles met lede ogen aan onder het mom van godsdienstvrijheid.


In Somalië heerst hongersnood. Het Zuid-oostelijke deel van Somalië wordt beheerst door de fundamentalistische moslims Al-Shabaab. Elf miljoen mensen die in dat gebied wonen worden bedreigd door hongersnood. Al-Shabaab vindt het niet goed dat buitenlandse hulp wordt geaccepteerd. Dit op de eerste plaats omdat die hulp van niet moslims komt met de bedoeling om die mensen tot het christendom te bekeren, maar ook omdat men vindt dat men Allah geen spaak in de wielen moet steken. Het is een beetje dezelfde redenering als die van de streng protestanten in de bible belt. Volgens The New York Times worden vluchtelingen die naar de opvang kampen in Ethiopië en Kenia willen tegengehouden door Al-Shabaab. Toch kan men moeilijk ontkennen dat de Al-shabaab een fundamentalistische tak van de islam, dus een godsdienst is. Toch wordt door de westerse wereld Al-Shabbab terecht als een terroristische beweging gezien.


In de politiek wordt vaak over Godsdienstvrijheid gesproken. Men zegt er zelden bij wat men precies onder godsdienst vrijheid verstaat. Duidelijk is wel dat er soms met twee maten wordt gemeten.


Thursday, July 28, 2011

 

Generaal Carl-Heinrich von Stülpnagel








Naar aanleiding van het verhaal over koosjer slachten vond een van de lezers het geval van de man met ijzeren pin door zijn hoofd wel heel apart. Hij vroeg : "noem er zo nog eens een".

Carl-Heinrich von Stülpnagel (1886-1944) was een Duitse generaal, die in 1940 opper-commandant van het 17de Duitse leger werd. Een jaar later trok hij met zijn leger naar Rusland en behaalde successen tegen de Russen in Kiev en the battle of Uman in het oosten van Rusland.

Voor de oorlog was hij tegen Hitler, maar dat veranderde na het zogenaamde "Münich pact" waar samen met Frankrijk en Engeland (Chamberlain) werd besloten dat Hitler de gebieden in Tsjecho-Slowakije, waar de zogenaamde Sudeten-Duitsers woonden, mocht bezetten.

In Rusland was hij op de hoogte en mede verantwoordelijk voor de misdaden door de Duitsers tegen de joden en Russen begaan.

In maart 1942 werd hij militair commandant van de bezettingstroepen in Frankrijk.

Op het eind van de oorlog nam hij deel aan de plannen om Hitler uit te schakelen en had contact met Claus von Stauffenberg, die de bom onder de tafel plaatste tijdens de vergadering met Hitler in de Wolsschanze op 20 juli 1944.

Toen dit mislukte werd hij naar Berlijn ontboden door de Hitler getrouwe Militairen. De generaal wist wat dat betekende en pleegde zelfmoord aan de Maas in Verdun door een kogel door zijn hoofd te schieten. Hij werd stekeblind door de kogel die door zijn hoofd ging, maar bleef leven en werd op 30 augustus in Berlijn door de SS opgehangen.


Tuesday, July 19, 2011

 

Koosjer slachten


Phineas Gage (1823-1860) met ijzeren pin die op 13 september 1848 dwars door zijn hoofd ging.


Rechts: De schedel van Phineas Gage reconstructie van het ongeluk, na zijn dood.






Toen ik als veterinair student stage liep op het abattoir in Utrecht, kwam één keer in de week een afgevaardigde van de Joodse rabbi( de shochet) om een rund koosjer te slachten. De shochet is een speciaal opgeleide joodse slager. Ik vond dat zeer interessant en volgde met belangstelling zijn verrichtingen.

Hij begon met de koe die geslacht zou worden nauwkeurig te onderzoeken. De lymfe-klieren werden betast en het was een vereiste dat de koe normaal moest kunnen lopen en verder zich normaal gedragen. Hoewel hij geen dierenarts was, deed hij zeer deskundig zijn werk. Daarna begon hij een groot mes zorgvuldig te slijpen. Het was een lang mes dat meer op een sabel leek dan op een slagersmes.( Dit mes wordt chalef genoemd en moet ruim 40 cm lang zijn) Met een steentje en olie wreef hij net zo lang totdat het snijvlak vlijmscherp was. Ter controle nam hij een vel papier uit een schrift en streek dit langs het snijvlak van de chalef. Tot mijn verwondering werd het vel papier rechtlijnig doorgesneden, zonder enig braampje, alsof het met een schaar geknipt was. Daarna liet hij de koe voorzichtig gaan liggen. Dat deed hij, op de door dierenartsen en veel boeren bekende manier. Door met enkele helpers een jute zak onder de buik van de koe omhoog te trekken gaat de koe automatisch liggen. De koe werd dan voorzichtig op haar rug gerold met het lichaam hoger dan de kop. Hij sprak nu een gebed uit en sneed daarna met één haal de hals van het dier door. Hij vertelde mij dat dit met één haal moest gebeuren om koosjer te slachten. Als het eventueel niet met één haal lukte, was het dier niet koosjer geslacht. Omdat de bloeddruk in het hoofd van de koe onmiddellijk verdwenen is, gaat dit gepaard met acuut bewustzijnsverlies. Zowel de hals-aders als de hals-slagaders (de carotiden) worden in minder dan een fractie van een seconde doorgesneden. Een acuut coma is het gevolg.

Bekend is hetzelfde verschijnsel bij mensen met een te lage bloeddruk ( hypotensie). Als zij wat haastig opstaan kunnen zij op hetzelfde moment als het ware flauw vallen en even buiten bewust zijn raken (orthostatische hypotensie). Als dat al gebeuren kan bij vlug opstaan dan kan men begrijpen dat een koosjer halssnede met een onmiddellijk coma gepaard moet gaan en dat er van pijn geen enkele sprake is. Toen ik later in de praktijk, in tijd van nood, zelf wel eens een koe de hals-slagaders door moest snijden, was ik nog altijd jaloers op de scherpe "sabel" van de koosjer slager. Ik had alleen maar een gewoon slagersmes en ik kan me voorstellen dat de halssnee voor de dieren niet altijd zonder pijn verlopen is.

Door de politici, die zelf nooit een slagersmes gehanteerd hebben en al helemaal nooit zelf een koe de hals hebben doorgesneden, wordt nu de voorkeur gegeven aan wat wetenschappelijk Traumatic Brain Injury (TBI) wordt genoemd. Men schiet een ijzeren pin door de hersens van het dier en gaat er van uit dat het dier dan bedwelmd is en geen pijn meer voelt. Dat zal ongetwijfeld dikwijls het geval zijn, maar ook in een groot aantal gevallen niet. Het hangt er maar vanaf waar de pin in de hersenen terecht komt.

In het standaard werk voor neurologen van Kandel and Schwatz "Principles of neural science" wordt er op gewezen dat pijn bij de mens een psychosomatisch biologisch verschijnsel is en dat daarom pijn bij dieren vanuit een ander gezichtspunt bekeken moet worden. ( There is a lag in the development of accurate psychophysical methods for assessing pain in animals) We kunnen pijn bij dieren slechts vergelijken met pijn bij de mens, voor zover pijnprikkels verlopen via nerveuze systemen die tijdens de evolutie hetzelfde zijn gebleven (phylogenetic systems conserved during evolution). Dit zijn ingewikkelde systemen zoals het Limbische systeem, de thalamus de hypothalamus en de hersenstam. Die zal men kunnen uitschakelen door bijvoorbeeld een effectieve halssnede of een algemene intraveneuze injectie met een verdovingsmiddel, maar niet met een ijzeren pin!

In praktisch elk medisch boek over neurologie, waar Traumatic Brain Injury (TBI) ter sprake komt, wordt het verhaal verteld van de Amerikaanse spoorwegarbeider Phineas Gage die zich bezig hield met het opblazen van rotsen die voor de bouw van het spoorwegnet een obstakel vormden. Op 25 jarige leeftijd bracht hij, op 13 september 1848 in een plaatsje in Vermont, "blasting powder" aan met een ijzeren pin in een gat in de rotswand. Onverwacht ontplofte het buskruit en doordrong de ijzeren pin het hoofd van Phineas Gage. De pin ging onder zijn linker oog naar binnen en stak boven op zijn hoofd weer naar buiten. Wonderbaarlijk genoeg bleef hij leven en kon zelfs nog lang zijn werk blijven doen. De pin had wel zijn linker frontale-hersenkwab doorboord en nog andere schade aangericht, maar hij bleef desondanks niet alleen leven maar ook vrijwel normaal functioneren. Pas 12 jaar later stierf hij in 1860.

Het was daarom wellicht nog niet zo'n vreemde gedachte van de Franse arts Joseph Guillot, die 60 jaar eerder in 1789 tijdens de nationale Vergadering een toespraak hield. Hij stelde voor om alle doodstraffen uit te voeren met behulp van een mechanisch apparaat, later de guillotine genoemd. Het was zijn opvatting dat deze wijze pijnloos was, mits juist uitgevoerd. Voor die tijd werden doodstraffen uitgevoerd door ophangen, het hoofd afhakken en andere wrede toepassingen die afhankelijk van de zwaarte van de misdaad werden toegepast. De Parijse beul Charles Sanson steunde Guillot omdat hij vond dat het te veel van het toeval afhing of een veroordeelde veel of weinig leed als hij met het zwaard onthoofd werd.

Ik ben het met Kandel en Schwartz, de auteurs van het standaardwerk over neurologie, eens dat er een groot gebrek is aan kennis op het gebied van pijn lijden bij dieren. Luisteren naar zogenaamde wetenschappers, die meestal afhankelijk van wie de studie betaald, voor of tegen koosjer slachten zijn, is niet de manier. Iets meer gezond verstand gebruiken zou ook politici niet misstaan.

In 1957 werd er in Nederland voor het eerst geïnactiveerd poliovaccin (tegen kinderverlamming) gebruikt. 95 % van de bevolking werd ingeënt. Vanaf 1966 tot 1982 kwamen er 148 gevallen van kinderverlamming voor, waarvan slechts bij één kind dat geënt was. De andere gevallen bleven voorkomen bij bepaalde streng-protestante populaties, meestal uit de zogenaamde "bible belt". Soms veroorzaakt door import van het virus, maar vooral door de in 1978 voorkomende epidemie. Als men in dergelijke gevallen zijn kinderen, vanwege godsdienstige motieven, niet laat inenten kan dood of verlamming door schuld van de ouders volgen. De overheid knijpt in deze zaak echter een oog dicht onder het mom van godsdienstvrijheid. Nu het over het Jodendom gaat, dat politiek in Nederland in tegenstelling met de streng protestantse SGP, niets voorstelt, is diezelfde godsdienstvrijheid in eens niet meer zo belangrijk. Voor joden is koosjer slachten een wezenlijk element van hun godsdienst. In de Thora (oude testament) beveelt Mozes: Gij zult dieren uit uw kudde slachten op een wijze die ik U beveel.

Henk Bijkerk, Division of infectious diseases in The Netherlands. Surveillance and control of poliomyeliteis in the Netherlands. Reviews of infectious diseases vol. 6 supplement 2 May-June 1984


Sunday, July 17, 2011

 

galweg stent

Op Maandag 11 juli kreeg ik vrij plotseling koorts. Ik wist dat ik dan direct contact op moet nemen met de maagdarm-specialist van het Radboud ziekenhuis. Ik werd gevraagd direct naar Nijmegen te komen.

Meestal wijst koorts er op dat er iets fout is met de stent die in de galgang is geschoven. Eerst werd onderzocht of wellicht iets anders de koorts zou kunnen veroorzaken, zoals een longontsteking of iets van dien aard. Er werd voor dinsdag een echo gepland om meer te weten te komen. Maar het werd steeds duidelijker dat er iets met de stent fout was. Daarom ging ik donderdag voor een ERCP onderzoek. Bij ERCP onderzoek wordt via een flexibele slang door slokdarm, maag en dunne darm naar de stent gekeken. het bleek dat het buisje verstopt was en dus geen gal naar de darm kon stromen. De stent werd verwijderd en na overleg werd een nieuwe metalen stent geplaatst. de metalen stents zijn duurzamer en verstoppen veel minder dan die van kunststof. Een nadeel is dat ze eenmaal geplaatst niet meer kunnen verwijderd worden. Ik ben nog tot zaterdag gebleven voor controle van de koorts enzovoort.

Nu ben ik weer thuis maar na een week in bed verlies je snel aan conditie.

Ik hoop dat ik weer snel de oude wordt al realiseer ik mezelf dat je nooit de oude wordt, maar misschien toch iets wat er op lijkt.


Sunday, July 03, 2011

 

alvleesklier problemen.








Enkele trouwe lezers van mijn logboek zullen wel gedacht hebben dat ik deze keer wel erg lang wacht met verhalen te schrijven.

Dat heeft echter een reden. Eind mei kreeg ik problemen met mijn ingewanden. Het leek er op dat ik problemen had met mijn galblaas. Na uitvoerig lichamelijk onderzoek werd ook bloed en urine onderzocht. Bovendien werd echografie gedaan. Deze techniek maakt gebruik van geluidsgolven om structurele veranderingen van bepaald weefsel aan te tonen. Gevonden werd dat een cyste de galgang en de uitgang van de alvleesklier dichtdrukte, met het gevolg dat er geen gal en alvleesklier-sap in de dunne darm kan vloeien. De gal moet daarom door de nieren worden afgescheiden in de urine maar komt deels ook in de huid terecht. Geelzucht (icterus) met jeuk zijn het gevolg.

Vaak worden alvleesklier aandoeningen door kanker veroorzaakt. Omdat de echografie geen duidelijke conclusie gaf, moest verder onderzocht worden. Het kunnen cysten zijn maar ook zogenaamde pseudo-cysten, ontstekingsprocessen enzovoort. daarom werd een CT (computertomografie) scan gemaakt. Hoewel deze vaak duidelijkheid geeft was dit hier niet het geval. Daarom werd een endoscopic retrograde cholangio pancreatography (ERCP) gedaan. In het Nederlands betekent dat naar binnen kijken via de slokdarm en maag naar de gal en alvleesklier uitgang enz. Men gaat dan met een flexible glasvezel slang door slokdarm en maag naar de dunne darm en kan dan van kortbij echografie doen. Bovendien kan men een stukje van de cyste snijden (biopsie) voor verder microscopisch onderzoek. Ook hier was geen kanker weefsel te ontdekken, maar er werden wel ontstekingscellen en wat pus aangetoond. Om een en ander te ontlasten, werden met behulp van de endoscopie slang, buisjes (stents) geplaatst in de galgang en de alvleesklier uitgang. De cyste kan dan niet meer de gezamenlijke uitgang in de twaalfvingerige darm dichtdrukken (zie tekening). Vervolgens kwam ik voor verder onderzoek bij professor van Laarhoven van chirurgie, die eerst Röntgenfoto's maakte. Ook die konden geen kankercellen aantonen. daarna werden MRI's met contrastvloeistof gedaan. Na uitvoerige studie met de röntgenoloog kwam de professor tot de definitieve conclusie dat het een chronisch alvleesklier ontsteking was.

Ik denk dat er nu meer duurzame buisjes geplaatst worden en dat het verder afwachten wordt. We zijn blij dat het geen kanker is en dat is zeer zeldzaam. Voorlopig zijn we dus door het oog van een naald gekropen en we hopen dat die lenigheid nog een tijdje blijft.


Friday, March 18, 2011

 

NAEMA TAHIR




Naema Tahir is in Slough nabij Londen in 1970 geboren uit Pakistaanse ouders. In 1080 kwam ze naar Nederland en ging wonen in Etten Leur. Ze studeerde rechten in Leiden en ging van 1996 tot 2006 werken bij de raad van Europa in Straatsburg. Zij schreef enkele boeken en is bekend als kritische moslima. Bij het programma buitenhof is zij soms columnist.


Op 17-10-2010 was zij samen met Frits Bolkenstein op Buitenhof. Zij wees er op dat er ook negatieve kanten aan de uitoefening van de islam zitten. Een nadeel is de neiging tot geweld, die bij een kleine groep bestaat. Dat heeft een geweldige impact omdat het veel mensen een onveilig gevoel geeft. Deze moslims funderen het geweld door te zeggen dat ze een jihad moeten voeren. Een en ander voert terug naar de bronnen van de islam de koran. Sommige verzen legitimeren geweld (jihad). Veel moslims modelleren hun leven naar dat van Mohamed. Mohamed heeft echter veel aspecten in tegenstelling met Christus die alleen maar pacifisme predikte. Zo wordt hij wel van pedofilie beschuldigd en paste geweld toe. Hij was ook een krijgsheer, maar was ook goed voor zijn vrouwen en zijn slaven.

Er zijn moslims volgens Neama Tahir, die geweld legitimeren. Zij doen dat als ze vinden dat Mohamed het ook zou hebben toegepast. Zij zijn bereid geweld te gebruiken als zij vinden dat hun geloof of hun eigen positie wordt bedreigd. Per definitie is dat, als zij geconfronteerd worden met de westerse cultuur, tijdens hun ontmoeting met westerlingen. Scheiding van geloof en politiek is een non-discussie, omdat God centraal staat en godsdienst voor hen een ideologie is. Christus huldigde het standpunt dat hij, die met het zwaard omgaat, er zelf door omkomt. In tegenstelling met Christus heeft Mohamed meer identiteiten. Hij was ook geloofsverkondiger, politicus en strateeg. Daarom wordt de jihad vaak in de koran genoemd. Het wordt door veel moslims als een plicht beschouwd om te strijden als hun geloof wordt bedreigd.

Veel moslims adoreren Mohamed. Dat heeft veel goede kanten. Mohamed wordt gezien als een heilige figuur die veel goeds heeft gezegd en gedaan. Zijn manier van doen, zoals die uit de overlevering bekend is, wordt de soenna genoemd en is na de koran de belangrijkste geloofsbron voor de moslims.

De koran is echter de leidraad voor het dagelijkse gedrag. De jongere generatie moslims die kan lezen en schrijven, kan de koran lezen en zich aan de voorschriften houden. Dat konden hun ouders vaak niet en daarom komen wellicht juist de tweede en derde generatie moslims meer met de grondwet in conflict dan hun ouders.

Ook de moslims die geweld schuwen hebben vaak toch een aversie tegen het Westen. Zij hebben hun blik veel meer naar het verleden gewend en spiegelen zich naar het leven van hun profeet uit de zevende eeuw. Zij keren zich vaak af tegen een vooruitziende blik. Dat heeft mede te maken met de geschiedenis van de islam die een grote bloeitijd van wetenschap en cultuur in het verleden heeft. Voor de Westerling geldt veel meer de toekomst en in dat kader kan men ook het gezegde van Richard Dawkins “we have grown out of it” begrijpen.

Volgens Naema Tahir is deze gehechtheid aan het verleden de oorzaak die veel beperkingen oplegt en waaraan weinig te veranderen valt. Zij vindt dat dat een probleem is dat initiatief en een vooruitziende blik voor veel moslims wegneemt. Het is volgens haar een oorzaak van conflict met de Westerling, die veel meer zijn blik op de toekomst gericht heeft.

Een oorzaak van conflict is ook volgens haar dat het multiculturalisme veel te veel de nadruk heeft gelegd op de rechten van de moslims en niet op de plichten. Godsdienstvrijheid betekent dan dat men erkent dat de man in de islam superieur is aan de vrouw en aan de ongelovigen, dat heeft de vrouwen volgens haar erg beschadigd. Zij vindt dat men de moslims moet oproepen om hun talenten te gebruiken en bij te dragen aan de samenleving en niet alleen aan hun rechten te denken. Door de meer wetenschappelijk publicaties van moslim geleerden over dit onderwerp, uit het buitenland te bestuderen kan hier een mentaliteitsverandering plaats hebben.

Haar conclusie is dat de inkapseling van veel moslims in het verleden moet doorbroken worden. Het gaat niet alleen over hun gedrag dat vaak heel netjes is, maar over hun motivatie om de samenleving naar voren te duwen en niet naar achteren te halen.



Monday, March 14, 2011

 

PLACEBO'S EN NOCEBO'S


Links:Het ader-laten werd vroeger veel toegepast en berustte voornamelijk op een placebo effect.

Rechts:Ook andere behandelingen hadden vaak eenzelfde effect.



Bij pijn en andere lichamelijke kwalen kan de psyche een belangrijke rol spelen. Het woord psyche-somatisch wordt daarom vaak gebruikt bij kwalen die niet direct een lichamelijke oorzaak hebben of niet zo maar door een dokter kunnen worden vastgesteld.

Bij een onderzoek aan het Institute of Technology in Massachusettes gaf men proefpersonen elektrische pijnprikkels. Als men hen placebo pillen gaf, maar vertelde dat ze de pijn verminderden dan bleek dat te helpen. Opvallend was dat ze het beste werkten als men er bij vertelde dat de pillen erg duur waren. Alle deelnemers kregen echter dezelfde neutrale suiker-pillen.

Hetzelfde verschijnsel ziet men als men aan patiënten in de plaats van antidepressiva placebo's geeft. Het kan zelfs gebeuren dat men aan de neppillen verslaafd raakt en ontwennings- verschijnselen vertoont als er met de pillen gestopt wordt.

In het begin van de behandeling ziet men weinig verschil tussen werkzame antidepressiva en placebo's. De antidepressiva werken vaak pas na twee tot vier weken. Men weet nu dat zij positief werken op de nieuwbouw van zenuwcellen uit onrijpe zenuwstamcellen en dat proces duurt een aantal weken. De gunstige begin effect dat ook wel wordt waargenomen verschilt weinig of niet van de werking van placebo's.

Bij demente patiënten ziet men dit verschijnsel veel minder omdat zij minder psychische invloed ondervinden.

De rol die cognitieve processen spelen beperkt zich niet alleen tot placebo's. Zo kan een vriendelijke nette kwakzalver veel meer invloed hebben op het genezingsproces van een patiënt dan dat van een deskundige maar lompe en onvriendelijke arts.

Tegenwoordig ziet men vaak dat dure geneesmiddelen, waarop een patent rust, vervangen worden door goedkopere zogenaamde generische middelen. De werkzaamheid is van beiden hetzelfde maar het komt vaak voor dat de patiënt deze goedkoper middelen afwijst. Hij is er van overtuigd is dat ze niet zo goed werken of hij meent dat ze meer bijwerkingen hebben. De arts of apotheker kan uitleggen wat hij wil, maar veel patiënten blijven bij hun oordeel.

Een fraai voorbeeld van placebo werking is de proef die de Italiaanse chirurg Fieschi in 1939 deed.

( Fieschi D., Arch. Ital. Chir. 1942; 63: 305-310) Hij bond twee inwendige borst arteriën af bij patiënten met angina hartklachten, een aandoening waarbij het hart te weinig bloed ontvangt. Zijn bedoeling was dat het hart dan meer bloed zou krijgen en de patiënt hierdoor minder pijn klachten zou hebben. Het succes was spectaculair en na een publicatie van dit succes, werd zijn handelwijze snel door andere chirurgen in de wereld opgevolgd. Driekwart van de patiënten kreeg minder pijn en één op de drie genas zelfs van de hartkwaal. Het was een procedure die 20 jaren met succes gevolgd werd.

In 1965 was er een jonge Amerikaanse cardioloog, met de naam Leonard Cobb uit Seattle die twijfels had over deze operatieve procedure. Daarom deed hij bij negen van de 17 willekeurig na elkaar volgende patiënten een zogenaamde sham-operatie. Dit wil zeggen dat hij bij die patiënten op dezelfde wijze de operatie deed maar geen bloedvaten afbond. Zonder dat de patiënten op de hoogt waren deed hij als het ware een nep-operatie. ( Cobb L.A. et al. An evaluation of internal-mammary-artery ligation by a double-blind technic. N.E.J.M. 1959, May 28; 260 (22) 1115-1118) Het resultaat was echter bij alle 17 patiënten hetzelfde.

In 1994 experimenteerde de Amerikaanse chirurg J. Bruce Moseley met 180 militaire veteranen, die aan artritis van hun kniegewricht leden. Hij verdeelde de groep in twee gelijke delen, wat de aandoening betreft. Beide groepen werden voorbereid voor de normale knieoperatie. Een groep werd normaal behandeld en werd het beschadigde weefsel weggenomen, terwijl bij de andere groep slechts oppervlakkig werd gesneden zonder verder in te grijpen. Na enige tijd werden de patiënten beoordeeld. De proef was zogenaamd dubbel blind, dat wil zeggen noch de patiënten nog de beoordelende artsen wisten tot welke groep ze behoorden. Er werd geen verschil tussen de groepen gevonden. ( Moseley J.B. Et al., A controled trial of arthroscopic surgery for osteoarthritis of the knee. N.E.J.M. ;11 Juli 2002; 347 (2) 81-88.

Dr. Moseley was hierover zo verwonderd dat hij de proef met een grotere groep herhaalde, maar het resultaat was hetzelfde.

Treffend was ook het onderzoek in 2003 door onderzoekers van de universiteit van Denver. Zij behandelden 20 patiënten met gevorderde ziekt van Parkinson met dopamine producerende stam-cellen. Zij brachten deze cellen via geboorde gaatjes in de schedel, in de hersenen. Bij 20 andere vergelijkbare patiënten boorden zij alleen de gaatjes, maar deden voor de rest hetzelfde als bij de andere patiënten. Na 12 maanden was er ook geen verschil in te constateren tussen de twee groepen. Wel was er verschil tussen de patiënten die meenden dat bij hen een sham-operatie gedaan was en de mensen die er van overtuigd waren echt stamcellen te hebben gekregen. Dit klopte echter niet met de werkelijkheid. ( Dr. Cynthia McRae, University of Denver 8-April-2004. Mind body connection in placebo surgery trial.)

In 1974 werd ontdekt dat het lichaam opium-achtige stoffen zelf kan maken. Deze stoffen worden endorfines genoemd. Bekend zijn deze stoffen die een prettig gevoel geven na bijvoorbeeld zware lichamelijke inspanning. Men noemt dit wel “runners high”. Ook als men zichzelf pijnigt (automutilatie) of na langdurig vasten (anorexia nervosa) kunnen deze endorfines gevormd worden. Het zijn stoffen die de welzijnscentra in de hersenen prikkelen. ( zie de biologie van menselijk gedrag blz. 82)

Het was bekend dat tijdens de oorlog, tijdens de slag in de Ardennen, er veel gewonden soldaten waren. De verplegers hadden op een gegeven moment geen morfine meer. Een aantal gewonden werd om de tuin geleid en kreeg wat fysiologische vloeistof ( water met een beetje zout) ingespoten. Tot hun verbazing zagen de verplegers dat er weinig verschil in resultaat was wat de pijnbestrijding betreft. In 1990 zag Fabrizio Benedetti hetzelfde verschijnsel dat zowel morfine als water injecties de pijn konden bestrijden, mits de proefpersonen dachten dat ze morfine in plaats van water kregen. Als hij aan de morfine en het water naxalone toevoegde werkten beiden niet. Naxalone is een stof die opiaten (waaronder morfine) neutraliseert. Zijn conclusie was dat de analgetische werking van placebo's berust op de afscheiding van opiaat-achtiuge stoffen die onder invloed van psychische omstandigheden, door het lichaam geproduceerd worden. Een en ander kon later met MRI en Pet-scans van de hersenen bevestigd worden.

Hoe sterk de placebo werking kan zijn blijkt uit een proef gedaan door onderzoekers van de Harvard Medical School. 37 Patiënten die leden aan het irritable bowel syndrome,( spastisch colon) kregen een placebo toegediend. De onderzoekers vertelden de patiënten dat ze suiker-pilletje kregen maar dat ze ondanks dat, toch op het placebo effect rekenden. Deze placebo's werkten toch deels positief. Waarschijnlijk hebben een aantal patiënten gedacht dat ze met opzet op het verkeerde been werden gezet. (Jessica Hamzelou, Would you knowingly take a placebo if it works? 8-jan. 2011 New Scientist)

In plaats van placebo effect kan er ook een nocebo effect ontstaan. Nocebo betekent: Ik zal niet behagen. Bekend hiervoor werd een Amerikaan met de naam Sam Shoeman, waarbij door een dokter in 1970 leverkanker werd geconstateerd. De dokter vertelde hem dat de kanker uitgezaaid was en dat hij nog slechts enkele maanden te leven had. Hij stierf inderdaad na twee maanden, maar bij sectie bleek dat alles vrijwel normaal was en hij in ieder geval geen uitgezaaide kanker had.

In Nederland is het geval van neuroloog Jansen uit medisch centrum Twente bekend die onterecht bij een aantal patiënten in 2003 de diagnose Alzheimer stelde. De ellende die daarvan het gevolg was, had tot gevolg dat de arts werd ontslagen.

Bekend in de literatuur is ook het schadelijke effect dat patiënten kunnen ondervinden van ellen lang vermelde aandoeningen op bijsluiters van medicijnen. Zij zijn er vaak van overtuigd dat zij die ook zeker zullen krijgen. Vandaar wellicht het grote aantal patiënten die niet of onvoldoende hun voorgeschreven geneesmiddelen gebruiken (non compliance).

Het placebo effect kan vaak nuttig werken. Belangrijker is dat het werkt dan hoe het werkt. Toen een patiënt in Amerika aan zijn dokter, die een lichtbron op zijn bureau had staan, vroeg of licht therapie een placebo werking had antwoordde hij: “Who cares how it works, It works and that is enough for me.


Wednesday, March 09, 2011

 

PLACEBO (NEPPILLEN)



Samuel Hahnemann (1755-1843) uitvinder van de homeopathie.
Rechts: placebo's of neppillen

In het algemeen wordt tegenwoordig een geneesmiddel door de overheid pas goedgekeurd als de werkzaamheid van het middel “evidence based” is vastgesteld. Men doet proeven met het geneesmiddel en geeft een aantal patiënten het middel . Een tweede groep patiënten krijgt een placebo (neppil), die niet te onderscheiden is van het echte geneesmiddel. Een derde groep dient als controle en krijgt niets. Een en ander moet getalsmatig aan statistische voorwaarden voldoen, omdat anders de uitslag op toeval kan berusten.

Een voorbeeld hoe ook neppillen kunnen werken blijkt uit een onderzoek dat 17 februari van dit jaar door Freemax en medewerkers in JAMA werd gepubliceerd. 250 Gezonde dames in de menopauze, die last hadden van opvliegers ( gemiddeld tien per etmaal) kregen escitalopram. Dit geneesmiddel is een antidepressivum dat de neurotransmitter serotonine reguleert. De dames die het geneesmiddel kregen hadden gemiddeld 4,6 opvliegers minder per dag. De dames met de neppil hadden 3,2 opvliegers minder terwijl er bij de controle groep niets veranderde.


Uit “evidence based “ onderzoek is nooit de werkzaamheid van homeopathische geneesmiddelen aangetoond. Voorstanders van homeopathische middelen zeggen vaak dat zij zelden bijwerkingen hebben. Dat ligt voor de hand omdat iets, wat biologisch niet werkt, meestal ook geen bijwerkingen zal hebben. Uit het boven vermelde onderzoek, dat met vele dergelijke onderzoeken kan worden aangevuld, blijkt dat neppillen ook vaak een gunstige werking hebben. Datzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor homeopathische middelen. Het is daarom wellicht te verklaren dat door deze placebo werking in Engeland (UK) per jaar ongeveer 40 miljoen pounds aan homeopathische middelen verkocht worden.

Dat homeopathische middelen niet echt biologisch werken werd aangetoond door mensen van “ The Merseyde skeptics society uit Liverpool” (UK). Zij slikten 84 pillen arsenicum album ( een volle fles) zonder problemen tegelijk in.

De werking van homeopathische werking wordt door de aanhangers van de homeopathie verklaard door de zogenaamde “ law of similars” . Het principe van deze wet is dat een stof die schadelijk werkt ook gunstig kan werken als je ze maar lang genoeg verdund. Volgens deze redenatie zou cafeïne die er voor zorgt dat je minder slaap krijgt er voor kunnen zorgen dat je wel slaap krijgt als je het maar genoeg verdund. Bij het preparaat arsenicum album gaat men met verdunnen zo ver dat er tot 10 tot de macht 23 verdund wordt. Volgens de chemische wet van Avogadro bestaat er een goede kans dat er dan niet één molecuul in het spoelsel overblijft. Aanhangers van de homeopathie verklaren dat door aan te nemen dat het water waarin de stof verdund wordt een soort herinnering van deze stof wordt in geprint. ( Imprinting of the memory of the action ingredient). De apotheker Paul Benneth van de firma Boots, die ook homeopathische middelen verkoopt verklaarde tegen een onderzoekscommissie van het Engelse parlement: If people want to part with money for sugar pills and nobody is breaking the law, why not let them.

Nu is dat niet helemaal correct, want ook sugar pills of andere placebo's kunnen wel kwaad doen bij bijvoorbeeld suiker patiënten of mensen die nodig geopereerd moeten worden.

(Martin Robbins, Overdosing on nothing New Scientist Jan-30-2011.)


Thursday, March 03, 2011

 

de doodstraf en wat er mee samenhangt.


Rechts: Max Blokzijl derde van links naast Anton Mussert en anderen ter dood veroordeelden.

links: Max Blokzijl voor het gerechtshof.





Het bezwaar dat veel mensen tegen de doodstraf hebben, omdat er wel eens een onschuldig slachtoffer zou kunnen vallen, is niet altijd zonder meer overtuigend. Men zou bijvoorbeeld zeer strenge maatregelen kunnen treffen waarbij dit praktisch onmogelijk wordt.

Bovendien wat vindt men dan van de vele onschuldige slachtoffers die 's Zondags in het verkeer vallen. Wij hoeven toch 's Zondags niet perse auto te rijden. Tijdens de oliecrisis, toen het autorijden ’s Zondags verboden was, vielen er aanzienlijk minder onschuldige verkeersslachtoffers, dan voor en na die tijd.

Tijdens de ontwikkeling tot volwassen individu zijn er bepaalde gevoelige periodes, waarin specifieke gedragingen of vermogens worden vastgelegd. Zo leert een kind spontaan een taal, zonder grammatica of woordjes te leren. Dit principe wordt in de ethologie inprinting genoemd. ( ethologie is de biologie van het gedrag) Evolutionair is het principe van inprinting in ons genoom terecht gekomen. Het gevolg is dat het gedrag dat hiervan het gevolg is meestal onomkeerbaar vast ligt, omdat dit de instandhouding van de soort bevorderde. De angst die veel mensen hebben voor een muis is een angst die op deze wijze ”schlagartich” tijdens de jeugd plotseling is ontstaan, als de moeder bijvoorbeeld paniekerig op het zien van een muis reageerde. Deze angst voor een muis heeft gedragsmatig gezien haar betekenis verloren, maar tijdens de lange geschiedenis van de mens, waarin hij aan allerlei gevaren blootstond, was deze inprinting vaak van levensbelang. Plaats bijvoorbeeld in plaats van de muis een schorpioen of een slang en het maakt een en ander al duidelijker.

Als iemand in bepaalde gevoelige periodes, verkeerd en abnormaal geprogrammeerd is b.v. pedofilie met moordneigingen, dan is dat ethologisch absoluut onomkeerbaar. Het is er mee , zoals ik een psychiater eens hoorde zeggen, als met fietsen. Als je het eenmaal kunt, leer je het nooit meer af. Overdrachtelijk betekent dat, dat je moet zorgen dat de betreffende persoon nooit meer over een fiets kan beschikken.

In Nederland wordt niet altijd rekening gehouden met een aantal van deze ethologische wetmatigheden. Een groot aantal van de verschrikkelijke ongevallen die op het gebied van seksuele misdrijven gebeuren zijn herhalingen van eerdere gevallen. Iemand die bewezen heeft dat hij gedurende zijn inprintings-periode verkeerd geprogrammeerd is wordt enige tijd door deskundige behandeld en dan met proefverlof gestuurd. Als zo iemand in herhaling valt, is het de vraag wie schuldig is. De Nederlandse bevolking wordt als proefkonijn gebruikt voor een onderzoek waarvan de uitslag ethologisch gezien al van tevoren bekend is. Hier zou men het eens kunnen zijn met president Bush. Een interviewer vroeg hem eens waarom hij voor de doodstraf was. Hij antwoordde; Ik ben voor de doodstraf van criminelen omdat ik tegen de doodstraf van onschuldigen ben.

Men zou het standpunt kunnen huldigen dat zo een patiënt niet gestraft moet worden, maar op een fatsoenlijke manier, praktisch levenslang moet worden afgezonderd, zodat er geen onschuldige doodvonnissen door hem kunnen worden uitgevoerd. Het kan mogelijk zijn, zeker nu de opvoeding van veel kinderen meer dan vroeger wat meer problematisch wordt, dat een staat dat praktisch niet kan betalen of uitvoeren. Dat is wellicht mede een rede waarom in veel landen nog steeds doodstraffen worden uitgevoerd. Het is te vergelijken met een arm die voor een stuk genecrotiseerd is. Die arm moet worden afgezet omdat anders de gevolgen dodelijk zijn.

Het zonder meer denken dat de doodstraf in principe, wezenlijk verkeerd is, wordt moeilijk als je bedenkt dat ook in Nederland direct na de oorlog doodstraffen werden uitgevoerd. Zo werd Max Blokzijl, die nooit een mus had kwaad gedaan, maar wel zijn wekelijks propagandistisch pro-Duits praatje voor de radio hield, in september 1945 door een vuurpeloton doodgeschoten. Door het bijzonder gerechtshof werden in Nederland in totaal 154 doodvonnissen uitgesproken. De twee laatste werden op 21 maart 1952 op de Waalsdorpervlakte verricht. In totaal werden tegen de zin van de minister en het overgrote deel van de Nederlandse bevolking er slechts 39 van de 154 doodvonnissen uitgevoerd. In België werden 2940 mensen ter dood veroordeeld en werden 241 veroordeelden door een vuurpeloton gedood. Hoewel er na de troonsbestijging van koningin Juliana, nog 18 executies werden gedaan, weigerde zij nog langer haar handtekening te zetten. Tegen de wil van minister Hendrik Mulderije, een CHU politicus in het kabinet DreesI, weigerde zij tot twee maal toe de doodstraf goed te keuren van Willy Lages een SS-sturmbannführer die hoofd was van de SD in Amsterdam. Hij was verantwoordelijk voor de moord op de bekende verzetsheldin Hannie Schaft. Ook werd de doodstraf van Kotälla, Aus der Fünten en Fisch door toedoen van de koningin omgezet in levenslang en samen met Lages vormden zij de later de bekende vier van Breda.

Dat ook moord neigingen en andere abnormale gedragingen onomkeerbaar kunnen zijn, is ook duidelijk geworden uit genetisch onderzoek van professor Dr. Brunner uit Nijmegen. ( Zie hiervoor het boekje, de biologie van menselijk gedrag).



Monday, February 28, 2011

 

Joep van 't Hek



Links: Joep van het Hek
Rechts: Afshin Ellian.














Joep van 't Hek ging wel heel ver tijdens zijn conference op 26 februari op televisie. Toen hij vertelde dat mijnheer pastoor nog heel wat te likken zou hebben gehad aan Arie Boomsma, die hij voor een getatoeëerde homo versleet. Dat hij een hekel aan homo's heeft, die hij consequent nichten noemt, is wel bekend. Hij vond het nu kennelijk nodig om ook de katholieken die hij viespeuken noemde ook eens een beurt te geven. Ze zouden volgens hem Jezus nog gepijpt hebben. daarom was hij ook aan een kruis genageld vond hij. En dan te bedenken dat Joep een hekel heeft aan Wilders omdat hij de moslims beledigt. Om met professor Smalhout te spreken: het was een gênant orgasme van lafheid, karakterloosheid en onbenul.

Joep zal denken waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Het is inderdaad makkelijker Christenen te beledigen dan moslims. dat laatste laat Joep wel uit zijn hoofd. Hij zou dan in het vervolg ook met een kogelvrij vest en vier bewakers naar zijn conferences moeten gaan, en daar heeft Joep kennelijk geen zin in.

En dan te bedenken dat het dagblad NRC geen columns meer wenst van de hoogleraar Afshin Ellian, die als weinig anderen de ellende van de islam heeft ondervonden. Zijn kritische vrijheidsstem over de islam staat de redactie niet aan. Joep mag wel doorgaan met wekelijks zijn modderspuit in het dagblad te hanteren als hij dat wil.

Kun je je voorstellen dat ik spijt heb dat ik twee weken geleden mijn jaarabonnement betaald heb op het NRC.

Friday, February 25, 2011

 

Darwinistische evolutie


Links:Negroïde kenmerken. Kroeshaar is zeer geschikt om warmte te geleiden. In de tropen was dat belangrijk.
Rechts: Mongoloïde kanmerken


In het NRC van 21 juni 2008 staat een interview met professor Dr. Jaap Dronkers. Hij meent dat godsdienst met name de islam remmend werken op de schoolprestaties van de kinderen.

Dat is merkwaardig als men naar de joden in Amerika kijkt. In Amerika wonen ongeveer 6,4 miljoen joden ( 2,1 % van de totale bevolking). 4,3 miljoen Amerikaanse joden belijden hun godsdienst, waarvan 80 % actief. Een groot deel van de joden in Amerika zijn zogenaamde ashkenazische joden. Zij komen oorspronkelijk uit Oost Europa waar ze eeuwen lang zwaar gediscrimineerd werden. Tot 1950 werden de joden ook in Amerika gediscrimineerd. Zo bestond er voor studenten aan elite universiteiten een “quota system”. Dit in tegenstelling met de Afro-Americans die positief gediscrimineerd werden ( affirmative action), en die met lagere punten van de middelbare school toch toegelaten werden op de universiteiten.

Tot 1945 werden nauwelijks joodse professoren aan de universiteiten toegelaten. Tegenwoordig zijn er vele joodse professoren en Lawrence Summers ( vroeger Samuelson genaamd) was president van de Harvard universiteit van 2001 tot 2006. Hij is tevens adviseur van president Obama.

Van de Amerikaanse Nobel prijs winners zijn 37% van joodse afkomst. Dat is 19 maal het percentage van de joden in Amerika.

Het lijkt er op dat andere oorzaken dan godsdienst invloed hebben op de cognitieve eigenschappen van verschillende populaties. Alle volken op de wereld zijn afkomstig van de homo Sapiëns die ongeveer 50 duizend jaren geleden, uit Afrika komend, de wereld ging bevolken. Als hij ongeveer op dezelfde klimatologische plaats terecht kwam als waar hij vandaan kwam, hoefde hij zich weinig aan te passen. De Papoea's en Aborigines zijn hiervan een voorbeeld. Als men wil weten hoe de Homo Sapiens er uit heeft gezien kan men wellicht het beste bij hen gaan kijken. De primitieve stenen werktuigen van de Papoea's zijn nog hetzelfde als die van de Cro-magnon mens, ongeveer 30.000 duizend jaren geleden.

Hoe verder de Homo sapiens naar het Noorden trok hoe meer hij zich moest conformeren aan het klimaat. Strenge winters en hete zomers noodzaakten hem om zich aan te passen. Hij moest plannen maken voor de komende winter. Voedsel bewaren, een goed geïsoleerd onderkomen zoeken, beschermende kleding maken, trouw en zorgzaam zijn voor zijn vrouw en kinderen, waren belangrijk. Saamhorigheidsgevoel, sociale vaardigheden en vele andere meer cognitieve zaken waren nodig om te overleven.

Tegenwoordig kan met behulp van gespecialiseerd MRI onderzoek, dat vooral gedaan is door onderzoekers van de universiteit van Irvin, college of medicine in California nauwkeurig vaststellen hoe de hersenen er uitzien. Zij vonden een constante en substantiële correlatie tussen de grijze massa, die in de frontale hersenschors gelegen is en bijvoorbeeld I.Q.en general intelligence. Deze eigenschappen worden daarom vooral bepaald door de prefrontale hersenschors. De frontale hersenschors is sterk genetisch bepaald en daarom evolutionair gevoelig voor natuurlijke selectie.

De cognitief besten zullen het gewonnen hebben en zich het beste hebben voortgeplant, ( The survival of the fittist). Het is wellicht daarom dat het relatief gewicht van de prefrontale hersenschors bij blanken groter is dan dat van negroide mensen. Het relatief gewicht van de prefrontale hersenschors bij niet tropische Aziaten is daarentegen weer wat groter dan dat van blanken.

Australische onderzoekers konden aantonen dat de temporale en pariëtale hersenschors, die verantwoordelijk is voor ruimtelijk geheugen en reukinterpretatie, bij Aborigines in verhouding groter was dan bij blanken. Dit ging ten koste van het prefrontale deel van de hersenschors. De Australische overheid verbood publicatie van die gegevens.

(Racial and sexual differences, 16-02-03 on line: About.com, a part of the New York Times compagnie)

Zo zijn door natuurlijke selectie een aantal cognitieve eigenschappen die gunstig waren om in een bar klimaat te kunnen overleven en die vooral met het frontale deel van de hersenen te maken hebben, in de aanleg van de mens terecht gekomen. Deze ontwikkeling ging ten koste van andere hersenschors delen. Bij negroïde mensen zijn pariëtale hersenkwab en cerebellum (kleine hersenen) weer beter ontwikkeld. Zij zijn verantwoordelijk voor “physical coordination” die vooral bij sport een rol spelen.

Het beste kan men verschillen bestuderen bij bij de verschillende bevolkingsgroepen in Amerika. Men kan de populaties in Amerika onderscheiden naar hun afkomst. Er zijn blanken die Caucasians genoemd worden. Dan zijn er de Afro-Americans ( de zwarten) de Asiens ( hoofdzakelijk bestaande uit niet tropische Aziaten) en de Latino's of Hispanics ( Midellandse zee volken) Afhankelijk van de invloed die zomer en winter op deze populaties heeft uitgeoefend komen zij gemiddeld beter voor de dag in intelligentie testen zoals I.Q. , Schoolprestaties en toelating examens voor hogere beroepsopleiding of voor het leger.

De joden scoren gemiddeld het hoogst in I.Q. met 113, de oost Aziaten 106, de blanken 103, de Latijns Amerikanen 89 en de Afro-Americans 85. Vergelijkend onderzoek heeft aangetoond dat over de laatste honderd jaren het gemiddelde I.Q. Tussen blanken in Australië, Canada, Europa, Nieuw zeeland, Zuid Afrika en Amerika op ongeveer dezelfde wijze verschilt van de gemiddelde I.Q.'s van populaties uit het sub-Sahara deel van Afrika. Men moet zich realiseren dat het gemiddelden zijn en dat de verschillen tussen individuen van een ras groter zijn dan die tussen de populaties. William Saletan, een in Amerika bekende columnist stelt dan ook dat: Anyone who presumes to rate Your I.Q. based on the color of your skin is probably dumber than you are.

Nu zijn I.Q. en andere dergelijke testen op zichzelf natuurlijk geen bewijzen voor intelligentie. Met een aantal andere zaken geven zij tezamen wel een beeld van wat de general intelligence (g) wordt genoemd. Zo zijn geld verdienen, diploma's halen, minder verblijf dan gemiddeld in de gevangenis en algemene gezondheidstoestand nauw gecorreleerd aan de general intelligence.

Amerika is over het algemeen een streng Christelijke natie en men is daarom van mening dat God de mens naar zijn beeld en gelijkenis geschapen heeft. Dat betekent dat ze allemaal gelijk zijn en men mag niet veronderstellen dat er bijvoorbeeld verschil in intelligentie tussen verschillende bevolkingsgroepen zou kunnen bestaan. Toen de beroemde James Watson, die samen met Francis Crick in 1953 het DNA ontdekte, in 2007 iets in die richting durfde te veronderstellen werd hij op slag van zijn hoge functie ontheven en op straat gezet. Ook de meer linkse liberals (democraten) en links georiënteerde mensen in Europa houden niet van dergelijke veronderstellingen.

In bepaalde staten van Amerika is het nu nog verboden om in het onderwijs over de evolutie te praten. Men houdt zich aan de opvatting van de zogenaamde creationisten. Zij weten zeker dat God de wereld geschapen heeft en de mens naar zijn beeld en gelijkenis geschapen heeft. Toen in 1925 John Scopes een “high school teacher” in Tennessee aan de leerlingen iets over Darwin vertelde en over zijn boek The Origin of species werd hij tot 500 dollar veroordeeld.

Evolutie zorgt er voor dat door natuurlijke selectie zowel lichamelijke als cognitieve eigenschappen tenslotte in het genoom van mens en dier terecht komen. Deze natuur- wetenschappelijke theorie verklaart hoe verschillen in zowel lichamelijke als cognitieve eigenschappen op de duur evolutionair ontstaan. Een samenleving die bang is om waarheden te leren en zich vastklemt aan dogma's is is uiteindelijk een zieke maatschappij. ( Al Fin blogs )

Van groot belang is het om meer te weten te komen van wat executive function genoemd wordt. Men verstaat daar onder een verzameling cognitieve functies zoals planning, cognitieve flexibiliteit, abstract denken, taalvaardigheid, gepaste acties ondernemen en leren van ervaring.

Executive function is nauw gecorreleerd aan de ontwikkeling van de pre-frontale hersenkwabben, die voor meer dan 50 % genetisch bepaald is. William Saletan stelt: “nature isn't stupid. If Africans, Asians and Europeans evolved different genes, the reason is that respective genes were suited to their respective enviroments”.

Gedrag en intelligentie zijn het gevolg van een interactie van aanleg en milieu. Daarom is iedereen een uniek persoon, die gevormd wordt door overgeërfd genetisch materiaal in de hersenen dat beïnvloed is door de omstandigheden. De opvatting dat iedereen met gelijke kansen geboren wordt is daarom onjuist. Iedereen heeft een unieke set genetisch materiaal die er voor zorgt dat allerlei zowel lichamelijke als cognitieve impressies op eigen wijze worden geïnterpreteerd. Deze invloed kan zelfs in de baarmoeder al zijn invloed op de vrucht uitoefenen.


Saturday, February 19, 2011

 

De ziekte van Alzheimer


Alois Alzheimer (1864-1915)


Op 12 februari werd een artikeltje in dit blogboek geweid aan dementeren.

Toevallig zie ik nu dat er op 9 februari ook een artikel over Alzheimer on line is van medscape family medicine. Er wordt op gewezen dat ongeveer 60 tot 80 procent van dementie te wijten is aan de ziekte van Alzheimer. In Amerika lijden 5 tot 8 % mensen van 65 tot 75 jaar aan Alzheimer disease ( AD). Van 75 tot 85 is dat 15-20 % en boven 85 is dat zelfs 25-50 % .

In totaal zijn ongeveer 5,3 miljoen Amerikanen lijdende aan AD. Komende decennia wordt verwacht dat door het ouder worden van de baby-bomers er waarschijnlijk 10 miljoen Alzheimer patiënten bij zullen komen. Men verwacht dat er in 2050 11 tot 16 miljoen AD gevallen in Amerika zullen zijn. De kosten die daarmee gepaard gaan worden in 2010 op 172 miljard dollar geschat en in 2050 op 1,08 triljoen.

De juiste oorzaak van AD is niet bekend. Wel weet men dat er in de hersenen zogenaamde plaque ontstaat die bestaat uit vetachtige eiwitten die bèta amyloid genoemd worden en die er voor zorgen dat bepaalde zenuw-uitlopers gaan klitten met alle gevolgen van dien. Het geleiden van impulsen door de uitlopers van de zenuwcellen wordt bemoeilijkt met als gevolg dat kennis (verstand) en herinnering achteruit gaan. Dit is vooral het geval als de misvormingen in de voor-hersenen (frontale lobben) plaats vinden, omdat daar de cognitieve capaciteiten gevestigd zijn.

Acetyl-choline is een stof die nodig is voor het normaal functioneren van de hersenen. Vooral voor herinneren is het nodig dat er voldoende van deze stof aanwezig is. De stof cholesterinase zorgt ervoor dat het acetyl-choline wordt afgebroken. Door nu cholesterinase-inhibitors bijvoorbeeld via pleisters toe te dienen probeert men de afbraak van het acetyl-choline te vertragen.

Een zekere diagnose dat men met alleen maar Alzheimer te doen heeft kan alleen post-mortem door pathalogisch sectie onderzoek bepaald worden. Vaak zal men van doen hebben met Alzheimer die gepaard gaat met andere aandoeningen zoals slijtage van de bloedvaten of andere beschadigingen van de hersenen door TIA's of hersens-infarcten bijvoorbeeld.

Om de diagnose AD te kunnen stellen moeten de symptomen die de patiënt vertoont voldoen aan de criteria die hiervoor gesteld worden door het “diagnostic and statistical menual of mental disorders” kortweg DSM-IV genoemd.

De herinnering van de patiënt moet gestoord zijn en verder minstens één van de volgende verschijnselen. Moeilijk uit de woorden kunnen komen, sommige dingen niet meer kunnen doen die vroeger gewoon gedaan werden, (apraxia), bepaalde bewegingen niet meer kunnen doen, bepaalde objecten of personen niet herkennen en de volgorde bij bepaalde handelingen zoals eten bereiden enz. niet normaal meer kunnen uitvoeren.

De tijdsduur van de ziekte is 3 tot 9 jaren. Vooral in het begin ziet men soms neuro-psychiatrische symptomen zoals depressie, angst, geïrriteerdheid, agressie en persoonsverandering. Ook slaapstoornissen, makkelijk verdwalen en soms psychotische wanen komen wel voor.



This page is powered by Blogger. Isn't yours?